Een stofkam door het stroomnet

Met open data en slim meten kunnen we misschien veel meer ruimte op het elektriciteitsnet creëren dan we denken.

Afgelopen week zat ik bij te praten met Frank, een van de fanatiekste meters van Meten=Weten. Hij bouwt zelf accu’s en helpt mensen die willen weten of ze een zwaardere elektriciteitsaansluiting nodig hebben. Daarom ontwikkelt hij een app die op basis van metingen en slimme berekeningen inzicht geeft in de benodigde aansluitcapaciteit.

Tijdens ons gesprek vertelde ik over mijn eigen ervaring met open data. Voor Meten=Weten analyseer ik gegevens over energieverbruik en elektriciteitsaansluitingen in de provincie Utrecht, onder meer in Baarn en Soest. We besloten de gegevens direct naast elkaar te leggen. En toen viel ons iets op: naar onze eerste inschatting heeft mogelijk zo’n 70 procent van de huishoudens een zwaardere aansluiting dan nodig is.

Dat is een interessante uitkomst. Want een te zware aansluiting kost niet alleen geld, maar kan ook gevolgen hebben voor de manier waarop de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet wordt gepland.

Een aansluiting van bijvoorbeeld 3 x 25 ampère biedt meer aansluitvermogen dan 1 x 35 ampère. Als huishoudens structureel meer capaciteit hebben dan ze nodig hebben, is het de moeite waard om te onderzoeken of die capaciteit slimmer kan worden verdeeld. Daarbij moeten we wel onderscheid maken tussen de fysieke capaciteit van het net en de capaciteit die netbeheerders voor aansluitingen reserveren. Een kleinere aansluiting levert niet automatisch overal direct extra transportcapaciteit op, maar kan wel bijdragen aan een efficiënter gebruik van het net.

Stel je voor dat we de aansluitingen eens met een stofkam nalopen. Niet door iedereen zomaar andere zekeringen te geven, maar door per huishouden te onderzoeken wat werkelijk nodig is. Sommige aansluitingen moeten blijven zoals ze zijn. Andere kunnen misschien zonder problemen kleiner.

Dat kan bovendien helpen om piekvermogens te beperken. Een kleinere aansluiting begrenst immers het vermogen dat een huishouden gelijktijdig kan afnemen. Combineer dat met een slimme laadpaal, een warmtepomp die goed is ingesteld en eventueel een thuisaccu, en je kunt het elektriciteitsgebruik beter spreiden.

Daar komt Franks meettool van pas. Die brengt gedurende bijvoorbeeld een maand het werkelijke verbruik en de vermogenspieken in kaart. Op basis daarvan kan hij inschatten of de huidige aansluiting noodzakelijk is en welke alternatieven mogelijk zijn. Bij twijfel is langer meten nodig. Zo voorkom je dat je bespaart op de verkeerde plek.

Natuurlijk moeten we onze eerste analyse van die 70 procent nog verder toetsen aan de werkelijke aansluitgegevens en het gebruik per woning. Maar de mogelijke opbrengst is groot: lagere kosten voor huishoudens én een betere benutting van de bestaande infrastructuur.

En dat brengt me terug bij de vele energie-apps die tegenwoordig verschijnen. We hebben genoeg toepassingen die ons vertellen hoeveel energie we gebruiken of wanneer we een piek veroorzaken. De volgende stap is dat we die gegevens combineren met open data en deskundige analyse, zodat we weten welke maatregelen werkelijk zinvol zijn.

We hoeven niet altijd nee te verkopen omdat het net op papier te vol lijkt . Soms moeten we eerst beter kijken naar wat we al hebben.

Dat is de kracht van Meten=Weten: niet méér meten om het meten, maar gegevens slim gebruiken om geld te besparen en het elektriciteitsnet beter te benutten.

Meer verdieping:
Doe zelf Franks netkosten scan https://netkostenscan.nl/