AI, een slok thee en meten is weten

Er gaat nogal wat rond over kunstmatige intelligentie. AI zou enorme hoeveelheden energie en water verslinden en daarom zouden we het vooral niet moeten gebruiken.

Maar zoals altijd bij Meten is Weten is de eerste vraag: hoeveel dan?

Laten we eens een heel gewone vergelijking maken.

Een slok thee

Voor een kop thee van 250 milliliter moet je ongeveer 250 gram water van bijvoorbeeld 10 naar 100 °C verwarmen. Daar is natuurkundig ongeveer 26 Wh aan warmte voor nodig. Omdat een waterkoker geen 100% rendement heeft, kost het elektrisch ongeveer 29 Wh.

En dan begint het bijzondere.

Je hebt die energie er net ingestopt, maar je kunt de thee niet meteen drinken. Dan verbrand je je mond. Dus wacht je.

De thee koelt af van 100 naar bijvoorbeeld 60 °C. Een flink deel van de zorgvuldig toegevoegde warmte verdwijnt vervolgens gewoon naar het kopje en de omgeving.

Neem je uiteindelijk één flinke slok van 20 milliliter, dan heb je dus niet alleen energie gebruikt voor die 20 milliliter. Je hebt eerst 250 milliliter verwarmd.

Dat is precies het soort verspilling waar we in het dagelijks leven nauwelijks bij stilstaan.

En AI dan?

Een moderne tekstprompt vraagt volgens een recente meting van Google gemiddeld ongeveer 0,24 Wh elektriciteit. Daarbij hoort volgens Google circa 0,03 gram CO₂e en 0,26 milliliter water. Dat is een specifieke meting voor Gemini en dus geen universeel getal voor iedere AI-dienst, maar het geeft wel een bruikbare orde van grootte.

Reken je eenvoudig:

29 Wh voor een kop thee ÷ 0,24 Wh voor een AI-prompt = ongeveer 120.

Met andere woorden:

De energie waarmee je één kop thee maakt, is in deze vergelijking genoeg voor ongeveer 120 AI-tekstvragen.

En één slok van 20 milliliter uit die kop vertegenwoordigt dan, heel grof gerekend, ongeveer 1,2 Wh aan oorspronkelijke verwarmingsenergie.

Dat is ongeveer vijf AI-tekstvragen.

Maar daarmee is AI niet ineens duurzaam

Dat zou de verkeerde conclusie zijn.

AI gebruikt op wereldschaal enorm veel elektriciteit. Datacenters groeien snel en de totale vraag kan richting 2030 zeer groot worden. De discussie moet dus niet gaan over de vraag of één AI-vraag “veel” energie gebruikt.

De betere vraag is:

Wat krijg je voor die energie?

Als ik mijn eigen kennis inspreek voor een artikel van Meten is Weten, kan AI vervolgens de tekst uitschrijven, feiten controleren, bronnen zoeken, de tekst redigeren en een samenvatting maken.

Voor zo’n complete workflow schat ik de energie op ongeveer 1 tot 3 Wh, afhankelijk van hoeveel onderzoek en hoeveel AI-rondes nodig zijn.

Daar staat mogelijk een uur of meer menselijk werk tegenover.

Dan wordt het een heel andere rekensom.

Niet alle AI-gebruik is gelijk

Een afbeelding maken omdat het leuk is en die vervolgens weggooien? Daar kun je vraagtekens bij zetten.

Maar honderden pagina’s informatie analyseren, een ingewikkelde tekst begrijpelijk maken, een fout opsporen of kennis toegankelijk maken? Dan levert die kleine hoeveelheid energie daadwerkelijk iets op.

Dat is de kern van Meten is Weten:

Niet roepen dat iets goed of slecht is. Eerst meten. Daarna vergelijken. En vervolgens bepalen of de opbrengst de kosten rechtvaardigt.

Dus de volgende keer dat iemand zegt:

“AI kost ontzettend veel energie!”

is mijn antwoord simpel:

Hoeveel precies?

En als we dat weten:

Wat levert het op?

Want misschien is de interessantste vraag niet hoeveel energie AI gebruikt.

Misschien is de interessantste vraag wel:

Waar gebruiken we onze energie eigenlijk zinvol voor?

Bronnen: Google Cloud meting van energiegebruik per Gemini-prompt; recente onafhankelijke studies naar AI-inference en de totale energie- en klimaatimpact van datacenters.