Meten, samenwerken en ca 35 kuub vervuild slib verwijderen: soms zit de oplossing dichterbij dan je denkt.

Vandaag raakte ik in gesprek met Willem over het riool in Baarn. Wat hij vertelde, was goed nieuws.
Een jaar of twee geleden zijn we samen met Willem op pad geweest. We lieten hem zien waar we riooloverstorten vermoedden en vroegen of er cijfers beschikbaar waren over hoe vaak die voorkwamen. Die cijfers bleken er te zijn. En ze waren niet best: in Baarn vonden regelmatig riooloverstorten plaats.
Vanuit Meten=Weten zijn we vervolgens het waterleven vóór en na een riooloverstort gaan onderzoeken. Het verschil was opvallend. Na de overstort was het waterleven aanzienlijk minder actief. Dat bewijst niet dat de overstort de enige oorzaak is, maar het past wel bij de mogelijke gevolgen van vervuild rioolwater.
Want rioolwater bevat niet alleen poep en plas, maar ook medicijnresten. Denk aan ibuprofen, paracetamol, hormonen uit de anticonceptiepil en allerlei andere geneesmiddelen. Die resten komen voor een belangrijk deel via onze urine en ontlasting in het riool terecht. Het is dus niet zo dat mensen hun medicijnen massaal door het toilet spoelen: ons lichaam scheidt een deel van de ingenomen geneesmiddelen weer uit. Via het riool kunnen die stoffen uiteindelijk in het oppervlaktewater belanden, waar ze schadelijk kunnen zijn voor waterorganismen.
Willem & team gingen aan de slag
Sinds onze gesprekken heeft Willem de rioolpompen in Baarn in kaart gebracht en de riooloverstortvoorzieningen onderzocht. Baarn heeft onder meer overstorten bij de Praamgracht en de Eem.
Bij hevige regenval kan er meer water in het riool terechtkomen dan het stelsel aankan. Het water wordt dan opgevangen in speciale bakken. Als ook daar onvoldoende capaciteit beschikbaar is, kan rioolwater alsnog in de Praamgracht of de Eem terechtkomen.
Een belangrijke maatregel is het afkoppelen van regenwater. Daardoor hoeft het vuilwaterriool minder regenwater te verwerken. Dat vraagt wel om maatwerk: het riool moet voldoende blijven doorspoelen. De gemeente Baarn werkt daarom aan het scheiden van vuilwater en regenwater, zodat beter kan worden gestuurd op de hoeveelheid water die door het riool gaat.
De oplossing lag op de bodem
Willem kwam met opmerkelijk nieuws. In de overstortbak bij de Praamgracht zat naar schatting 10 kubieke meter slib. Bij de voorziening van Eemdal-Noord was de situatie nog ernstiger: daar zat ongeveer 25 kubieke meter vervuild slib in de bak, tot aan de rand.
Samen zo’n 35 kubieke meter slib. Dat is een flinke hoeveelheid die ruimte innam die juist bedoeld was om bij hevige regenval water op te vangen.
Door het slib te verwijderen en af te voeren, kregen de voorzieningen hun opvangcapaciteit terug. Soms zit de oplossing dus niet in een ingewikkelde technische vernieuwing, maar in het aanpakken van achterstallig onderhoud.
Meten is weten
Dit is precies waarom meten belangrijk is. We zagen verschillen in het waterleven, zochten de beschikbare cijfers op en gingen met de betrokken mensen in gesprek. Willem onderzocht vervolgens de voorzieningen en er werd een concreet probleem aangepakt.
Volgens Willem zijn er sinds het legen van de bakken geen riooloverstorten meer geweest bij de genoemde locaties. Dat is een resultaat om trots op te zijn. Uiteraard blijft het belangrijk om de situatie te controleren, zeker na flinke regenbuien.
Want uiteindelijk gaat het niet alleen om een goed werkend riool. Het gaat ook om schoon water en een gezond waterleven.
Meten is weten. Maar meten, samenwerken en vervolgens handelen is nog veel beter.
