Een vleermuizenkast in een energieneutraal huis

Afgelopen week kregen we er een nieuwe bewoner bij. Nou ja, voorlopig alleen de woning. In onze muur is een speciale vleermuizenkast geplaatst. Een echte, afgebakende verblijfplaats voor vleermuizen, weggewerkt in de muur.

Het is een project van de gemeente Baarn. Diantha, de projectleider, kwam persoonlijk kijken en begeleiden. Dat bleek meteen een leuke combinatie: ze heeft niet alleen veel belangstelling voor natuur, maar ook voor isolatie en energie. En precies daar komen bij ons twee werelden bij elkaar.

Want ons huis is energieneutraal. Dat betekent goed isoleren, weinig energie gebruiken en zoveel mogelijk zelf opwekken. Maar een huis dat energetisch steeds beter wordt afgesloten, kan voor sommige dieren juist een stuk minder aantrekkelijk worden.

Dat geldt bijvoorbeeld voor vleermuizen.

Vroeger konden ze gemakkelijk een plekje vinden in de spouwmuur. Een klein gaatje of een kier was voldoende om ergens tussen de muren weg te kruipen. Bij het isoleren van woningen worden die spouwen tegenwoordig gevuld en worden gaten en kieren zorgvuldig afgesloten.

Prima voor de energiehuishouding van het huis. Maar daarmee verdwijnen ook potentiële verblijfplaatsen.

De oplossing is eigenlijk heel logisch: niet achteraf een gaatje openlaten, maar bij het verduurzamen meteen een nieuwe woning voor de vleermuis inbouwen.

Dat is dus wat er bij ons is gebeurd.

Een huis met een luisterstation

Nu we toch een vleermuizenwoning hebben, kunnen we er natuurlijk ook iets mee meten.

Ik heb al een vogelluisterstation. Dat registreert vogels op basis van hun geluid. En eigenlijk is het vreemd om zo’n station alleen voor vogels te gebruiken.

Vleermuizen maken tijdens het vliegen namelijk volop geluid. Alleen horen wij het grootste deel daarvan niet. Hun echolocatie werkt met ultrasone geluiden die veel hoger liggen dan het bereik van een gewone microfoon. Sommige vleermuisgeluiden lopen door tot honderden kilohertz.

Daarom krijgt het luisterstation een speciale vleermuizenmicrofoon.

Zo’n microfoon hoeft overigens geen honderden euro’s te kosten. Voor ongeveer zestig euro zijn er al exemplaren die je aan een iPhone kunt koppelen. Daarmee kun je de ultrasone geluiden omzetten naar een bereik dat wij kunnen horen.

En dan hoor je opeens veel meer dan de bekende ping… ping… ping… van een eenvoudige batdetector. De geluiden zijn veel gevarieerder. Frequentie, ritme en structuur veranderen voortdurend.

De opnames moeten nog even wachten.

Eerst moeten de vleermuizen komen.

Luister ook gewoon eens

Er is nog een aardige ontdekking: vleermuizen maken niet alleen geluiden die wij niet kunnen horen.

Als ze bij elkaar zitten, bijvoorbeeld in een verblijfplaats, maken ze ook veel lagere geluiden. Die kunnen we soms gewoon met onze eigen oren horen.

Heb je ergens een oude boom met een spleet waarvan ’s avonds vleermuizen in- en uitvliegen? Ga er dan eens rustig bij staan. Geen lamp, geen telefoon. Gewoon even stil zijn.

Na een tijdje hoor je soms een zacht gekwetter.

En mocht onze nieuwe kast straks daadwerkelijk bewoond raken, dan is er nog een eenvoudige manier om dat vast te stellen. Kijk op de stenen eronder.

Vleermuizen laten kleine zwarte korreltjes vallen. Dat is iets anders dan de witte strepen die je soms tegen een gevel ziet. Die zijn eerder afkomstig van vogels die graag op een gevel of onder een dakrand zitten.

Dus voorlopig hangt de kast er.

De microfoon ligt klaar.

Nu nog wachten op de vleermuizen.

En ondertussen staat er een interessante vraag open: kun je een huis tegelijkertijd steeds energiezuiniger maken én aantrekkelijk blijven voor de natuur?

Ons energieneutrale huis wordt daarmee niet alleen een experiment in energie, maar ook steeds meer een experiment in biodiversiteit.

Meten is weten.