Het effect van riool overstort in de praamgracht Baarn op de natuur


Het effect van riool overstort in de Praamgracht (Baarn) op de natuur


Introductie

Burgerwetenschappers Thon en Adriaan hebben gedurende een jaar metingen uitgevoerd voor het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). In dit artikel bespreken we één van de metingen die we hebben gedaan en geven we onze analyse van de resultaten.

De meeting:
Controle of de kwetsbare indicator groepen aanwezig of verdwenen zijn. We vulde een bak sloot water en schepte met een schepnetjes over een afstand van 10 meter, 30cm onder het oppervlak waterdiertjes op, waarna we ze controleerde op aanwezigheid ( Ja of Nee.


Resultaten microfauna

De metingen tonen een duidelijk verschil tussen de overstort locatie (OV) en de referentie locatie (RF). Door per soortgroep het aantal waarnemingen te vergelijken, blijkt welke taxa gevoelig zijn voor de invloed van overstorten en welke taxa relatief toleranter zijn.


Conclusies

De referentielocatie herbergt aantoonbaar meer kwetsbare macrofaunasoorten dan de overstortlocatie. Op de overstortlocatie ontbreken of zijn de aantallen kwetsbare soorten sterk verminderd, terwijl tolerante taxa daar wel worden aangetroffen. Dit patroon komt ecologisch overeen met wat je kunt verwachten bij een negatieve waterkwaliteitsinvloed.

Extra informatie:

In het kader van KRW 2026 (Kaderrichtlijn Water) worden deze macrofauna-indicatorgroepen gebruikt om de ecologische kwaliteit van oppervlaktewater te beoordelen. Ze zeggen vaak meer over de échte toestand van een waterlichaam dan chemische metingen alleen. Hieronder duiding per groep én wat de scores impliceren.


Wat zijn indicatorklassen?

Indicatorgroepen bestaan uit soorten die gevoelig reageren op zuurstofhuishouding, stroming, habitatstructuur, voedselrijkdom en verontreiniging.
De gedachte is simpel maar scherp:
👉 Hoe kwetsbaarder de groep, hoe hoger de ecologische lat.

De getallen die je noemt (bijv. 2 / 4 / -2) worden in KRW-systemen meestal gelezen als:

  • Huidige score
  • Potentiële (referentie)score
  • Afwijking t.o.v. potentie

Die afwijking is beleidsmatig cruciaal richting 2026.


Duiding per indicatorkgroep

🦟 Libellenlarven – kwetsbaar

Score: 2 / 4 (-2)
Libellenlarven vragen:

  • helder water
  • voldoende zuurstof
  • structuur (waterplanten, oeverzones)

👉 Interpretatie:
Ze zijn aanwezig, maar onder hun potentie. Dat wijst vaak op:

  • te weinig habitatdiversiteit
  • periodieke zuurstofstress
  • oeververarming of peilfluctuaties

KRW-technisch: signaal van suboptimale ecologische structuur.


🧚 Jufferlarven – kwetsbaar

Score: 3 / 5 (-2)
Juffers zijn nog iets kritischer dan libellen:

  • stabiel water
  • weinig slib
  • weinig nutriëntenpieken

👉 Interpretatie:
Een redelijke basisconditie, maar duidelijke beperkingen.
Vaak spelen hier:

  • diffuse nutriëntenbelasting
  • te monotone watergangen

Voor KRW 2026: net niet goed genoeg.


🐛 Kokerjuffers – sterk kwetsbaar

Score: 1 / 3 (-2)
Dit is een rode vlag.
Kokerjuffers zijn:

  • extreem gevoelig voor zuurstoftekort
  • afhankelijk van stroming en schoon substraat

👉 Interpretatie:
Bijna afwezig → structureel probleem.
Meestal oorzaken:

  • slibafzetting
  • stagnatie
  • organische belasting

KRW-hardheid: zonder herstelmaatregelen geen ‘goede toestand’ haalbaar.


🪲 Kevers & wantsen – tolerant / gemengd

Score: 3 / 4 (-1)
Deze groep kan tegen een stootje:

  • wisselende zuurstof
  • voedselrijk water

👉 Interpretatie:
Dat ze relatief goed scoren terwijl kwetsbare groepen achterblijven, is typisch voor:

“Functionerend water, ecologisch verarmd.”

Voor beleid: ze maskeren problemen, maar lossen ze niet op.


🩸 Bloedzuigers – zeer kwetsbaar

Score: 0 / 4 (-4)
Dit is de zwaarste indicatie.
Kwetsbare bloedzuigers vragen:

  • stabiele waterkwaliteit
  • hoge zuurstof
  • weinig toxische belasting

👉 Interpretatie (ongefilterd):
Volledig afwezig = ecologisch falen op dit onderdeel.
Dit wijst vaak op:

  • structurele zuurstofproblemen
  • toxische stress
  • historisch of actueel vervuilde bodems

KRW-2026-impact: dit trekt de totaalscore hard naar beneden.


Samenvattend oordeel:

  • Het waterlichaam functioneert biologisch net boven de ondergrens
  • Tolerante soorten houden het systeem draaiend, maar
  • Kwetsbare soorten blijven structureel achter
  • Vooral kokerjuffers en bloedzuigers blokkeren het halen van KRW-doelen