Auteursarchief: probeer je nu echt admin te hacken ?

Blog 3 – Je huis is een duurzame warmte-accu

Week van de Duurzaamheid – Adriaan Voeten: Meten is weten

Duurzaam verwarmen begint niet bij techniek, maar bij gedrag.
Verwarm waar het nodig is, laat de rest met rust — en laat je huis zelf het werk doen.


Verwarmen waar het nodig is

De nep kerstboom op zolder hoeft niet op 21 graden bewaard te worden.
In je woonkeuken is dat wel fijn en nuttig.

En wat is dan aangenaam warm?
Voor de één 18 graden, voor de ander 22. Allebei gewenning.
De gulden middenweg zit ergens tussen de 19 en 20 graden — en fluctueer daar hooguit één graad.


Waarom stabiliteit energie bespaart

Muren, vloeren en plafonds hebben massa.
Ze slaan warmte op, en ze verliezen warmte.
Hoe meer je schommelt, hoe meer energie je verliest.

De natuurkunde zoekt altijd evenwicht:
buiten wil binnen worden, binnen wil buiten worden.
Hoe snel dat gebeurt? Dat hangt af van je isolatie.

Misschien denk je: ik heb dubbelglas.
Mooi. Maar dubbelglas van twintig jaar oud is als een jas met versleten ritsen: het sluit niet meer lekker af.
Kijk eens naar HR++ of zelfs vacuümglas. Dat past zelfs in oude kozijnen — ja, ook in een kerk of een gemeentehuis.


Warmte waar je leeft

Verwarm je warme-ruimtes.
Verwarm je niet-warme-ruimtes niet.

Klinkt logisch, maar ga eens op je vliering staan.
Daar waar geen radiator hangt, is het verrassend warm.
Waarom? Warme lucht stijgt, koude lucht zakt.

Dat is ook waarom het bij de voordeur en in het wc’tje ernaast altijd zo koud is — daar zakt de kou naartoe, en daar ventileer je ook nog eens.

Dus: hou de warmte waar je hem wilt hebben.
Deuren dicht. Gordijnen dicht.
Rolluiken omlaag zodra je buiten toch niets meer ziet.
Dat houdt de warmte binnen, het geluid buiten, en je energierekening laag.


Slimme thermostaat, kleine fluctuatie

De slimste strategie is eenvoudiger dan veel mensen denken: fluctueer één graad.
’s Avonds ietsje lager (bijvoorbeeld 18,5), overdag op 19,5.
’s Nachts naar 18,5 — niet naar 15.

Want als je ’s nachts te ver afkoelt, moet je huis de volgende ochtend een marathon lopen om weer warm te worden.
Dat kost meer energie dan je bespaart.


Warmte oogsten met zon en slimte

Heb je een warmtepomp of infraroodpanelen?
Verwarm vooral overdag, tussen 12:00 en 15:00 uur.
Dan is de buitenlucht het warmst en de energie het goedkoopst.
De muren slaan die warmte op — gratis batterij, zonder lithium.

En voor tijdelijke warme ruimtes, zoals een kantoortje waar je niet de hele dag zit:
gebruik gewoon een infraroodpaneel.
In feite verwarm je dan niet de kamer, maar jezelf.
Het voelt alsof je in de zon zit — directe, comfortabele stralingswarmte.
Zet het aan als je er bent, uit als je vertrekt. Zo hoort het.


Je huis doet het werk

Zo gebruik je je huis als wat het eigenlijk is:
een duurzame warmte-accu.

Hou het klein. Hou het constant.
Warm waar je leeft, koel waar je niet bent.
En meet wat je doet.

Want meten is weten —
en comfortabel besparen is echt lekker duurzaam.