Wat we weten over de stopplaatsen Herfte en Marshoek

Deze foto’s ( AI verbetert ) geven weer hoe de stopplaats er rond 1941 uitzag , de mensen op de foto links zijn mogelijk ter protest om sluiting tegen te gaan.

Gecombineerde tijdslijn

Spoorlijn Zwolle – Emmen | Stopplaatsen Herfte-Veldhoek & Marshoek-Emmen


JaarSpoorlijn Zwolle–EmmenHerfte-VeldhoekMarshoek-Emmen
1867 (1 okt.)Opening Staatslijn A (Zwolle–Meppel)Spoor loopt langs Herfte
1899Oprichting NOLS (Noord-Ooster Locaalspoorweg-Mij)
15 jan 1903Opening baanvak Zwolle–OmmenOpening stopplaats Herfte-Veldhoek
1905 (jan–jul)Voltooiing lijn tot Emmen / StadskanaalStopplaats in regulier gebruikOpening stopplaats Marshoek-Emmen
1905–1920Intensief lokaal reizigersverkeerLandarbeiders + forensenVeen- en landarbeiders
1922 (30 jun)Opening sanatorium De Ambelt → extra vervoer
1932Buitenschool De Ambelt, expliciet genoemd nabij stopplaats
jaren ’30Terugloop lokaal spoorgebruikAfname, maar zorgfunctie blijftSterke afname
1938Rationalisatie/ optimalisatie NOLS/NSSluiting stopplaats Marshoek-Emmen
1939–1940Oorlog → stopbeperkingenTijdelijk geen haltering
24 jun 1940Dienstregeling hervatTreinen stoppen weer (Ambelt-kinderen)
5 mei 1941Verdere sanering haltesDefinitieve sluiting Herfte-Veldhoek
na 1945Lijn blijft bestaanGeen heropeningGeen heropening
1987Elektrificatie Zwolle–EmmenSpoor moderniseertSpoor moderniseert
2019–2021Viersporigheid Zwolle–HerfteCapaciteit knelpunt Zwolle

Waarom waren er stopplaatsen?

Herfte-Veldhoek en Marshoek-Emmen waren tijdelijke stopplaatsen van de Noord-Ooster Locaalspoorweg-Mij (NOLS). Ze ontstonden in een tijd vóór de auto, toen het spoor essentieel was voor ontginning, zorg en bereikbaarheid.
Marshoek verdween zodra de economische functie wegviel. Herfte bleef langer bestaan dankzij De Ambelt, maar werd uiteindelijk in 1941 opgeheven.

Het spoor was letterlijk een ijzeren levensader naar de bewoonde wereld. Rond 1900 was er vrijwel geen verharding. Zandpaden waren stoffig in de zomer en veranderden in modder in het regenseizoen.
Stoomtreinen reden rustig heen en weer en stopten zelfs als iemand zijn hand opstak. Die functie werd later overgenomen door de VAT (busvervoer).


Opa Pruim over de spoorlijn

Bij het koeien weiden legde je je oor op het spoor.
De trein was via de rails veel eerder te horen dan te zien. Dat was handig: je wist op tijd wanneer hij eraan kwam. Dit zou later ook nog goed van pas komen voor de VAT bus , bij zeer dichte mist gingen de passagiers vooruit luisteren of er een een trein aan kwam voor de bus overstak. Pas na de volledig bewaakte overwegen in 1980 werden de laatste onbewaakte overwegen gesloten.

Boeren rond 1920: In het pachtcontract van het boerenbedrijf van Pruim stond dat er minimaal 18 koeien gehouden moesten worden. Alles ging met de hand en met paard en wagen. In de hoogtijdagen, vóór de tractor, waren er drie paarden nodig om al het werk te doen. Het was een groot gezin, dus er waren veel handen om mee te helpen. Groente kwam uit de tuin, vlees van eigen erf.
De wetering (nu emmertocht sloot) was niet meer dan een sloot die zomers vaak droog viel. Als kleine jongen was ik vaak te vinden op de fietsbrug bij jullie vertelde Opa

zie: https://adriaanvoeten.com/landgoedherfte/2023/07/08/een-historisch-rondje-herfte/

Reizen en wegen

Ik maakte zelf ook wel gebruik van stopplaats Herfte als we naar Zwolle gingen.
De Herfterlaan werd pas rond 1950 volledig verhard. Bij nat weer waren de wegen vaak zo blubberig dat de trein de beste optie was.

Naar de houten kerk aan de Bergkloosterweg in Berkum ging men lopend of met paard en wagen. Die weg was eerder half verhard, met puin — wat we nu gravel zouden noemen.